Wolfie en de Toverfluit 4: Concertzaal en de dirigent

Mijn achternichtje wilde in het eerste deel van haar prentenboek verschillende aspecten van een (klassiek) concertbezoek laten zien. In deze illustratie staan de concertzaal en (het uiterlijk) van de dirigent centraal (op de vorige bladzijden kwamen ‘mooi aankleden’ (p. 1) ‘het orkest’ (p. 2) en ‘het optreden’ – (p. 3) aan bod. 

Ze mailde een foto van de zaal waar zij aan dacht: een imposante maar, door alle lichten, hout en de warme kleuren, sfeervolle ruimte. Ik zou ook zoiets hebben bedacht. Maar dat op de juiste manier op papier krijgen werd wel een  intimiderende klus.

De dirigent moest een rokkostuum aan. Ik wist dat dat een pak was, maar moest opzoeken hoe het eruit zag. Hoofdkenmerken bleek de punten aan de voorkant, de lange panden aan de achterkant en de vlinderstrik. En de dirigent was een vos! (*dansje doet*)

In de tekst staat dat papa na de uitvoering met de dirigent ging praten. Menig jong wolfje weet dat er niets suffer is dan pratende volwassenen. Ik bedacht dit beeld als de situatie die volgt op het onvermijdelijke  ‘Pap’, ‘Pahap’ Papa, gaan we?’: Wolfie gaat zichzelf maar vermaken, door op het toneel op onderzoek te gaan. Ik vond het beeld van hem hangend over het podium erg grappig: voor mij drukt het tegelijkertijd verveling en onderzoek uit. En hij geeft z’n vader (en de lezer) een dikke …staart!

Bij deze tekening heb ik een kleine beetje artistieke vrijheid genomen door de lichtjes op de vloer toe te voegen (die zie je soms in bioscopen, en hebben bijna iets  speurtochttoverachtigs.) Voor zover ik heb kunnen zien heeft  de Grote Festivalhal ze niet. Je kunt niet zien waar Wolfie naar kijkt, maar ik vond die lampjes beter passen bij het sprookjesachtige van de scene dan zoiets prozaïsch als kabels. 

In deze illustratie zit het meeste tekenwerk van alle prenten uit het boek. Ik werkte hem als een van de laatste schetsen uit (ook bij het inkten en schilderen).

Dit👇is de affe pentekening. Zo’n tekening gaan ‘inkleuren’ vind ik altijd heel erg spannend, omdat er  behoorlijk veel tijd in zit. Als er bij het schilderen iets misgaat, moet dat allemaal opnieuw. Gelukkig ging het goed (zoals meestal).

#Wolfieendetoverfluit #wolfieendetoverfluit #kinderboek #childrensbook #prentenboek #picturebook #picturebookillustration #Mozart #pws #muziek #profielwerkstuk  #grossesfestspielhaus #concertzaal #concerthall #dirigent #conductor #aquarel #watercolour #pentekening #pendrawing 

Wolfie en de Toverfluit 3: Het optreden

Deze tekening kostte mij de nodige hoofdbrekens. Niet wat betreft Wolfie en z’n vader die had ik direct voor ogen: 

Wolfie op het puntje van z’n stoel want gegrepen door de muziek, maar ook omdat volwassen stoelen te groot zijn voor kleine wolfjes. Dus houdt ie zich vast aan de rand en bungelen z’n beentjes (wie herinnert zich niet hoe lekker dat voelde?!). Papa Leo zit er ontspannen, als in trance naast. Dat beeld was dus duidelijk.

Ik had een ‘probleem’ met de muzikanten. In eerste instantie wilde ik het hele podium laten zien (de podia van de Festivalhal zijn erg indrukwekkend!) met een volledig orkest. Dus ik vroeg me af hoe een orkest dat de Kleine Nachtmuziek uitvoert er uitziet. Ik zocht het op: twee violen, altviool en cello eventueel aangevuld met een contrabas. Een kamerorkestje, dus. Mijn beeld veranderde, maar werd er niet duidelijker op.

En dan zat ik nog met het publiek. Aanvankelijk was ik van plan andere dieren als schimmen in het donker naast en om Wolfie en z’n vader heen te tekenen. Dat werkte niet, te slordig. Uitwerken dan maar. Maar daar ging heel veel tijd in ging zitten. Daarbij leidde het andere publiek de aandacht af van Wolfie. 

Ik herlas het  manuscript en opeens viel me de zin “Het lijkt wel of het orkest alleen voor Wofie en papa speelt” op. Die zin loste al mijn problemen op. Ik zoomde letterlijk in op Wolfie en z’n vader en koos twee instrumenten – één waarvan een cello, omdat die later in het verhaal voorkomt – die ik muzikanten voor hun neus liet spelen in een goudachtig licht waarin de rest van de omgeving verdwijnt. 

De compositie bepaal ik door de schetsen van de figuurtjes uit te knippen en er net zo lang mee te schuiven  tot het voor mijn gevoel klopt. Zodra ik tevreden ben leg ik die versie op mijn lichtbak en trek het geheel over.

Voor de juiste poses van de muzikanten gebruik ik foto’s.

De complete illustratie stond uiteindelijk iets te ‘hoog’ op het papier. Maar omdat het boek net iets kleiner van formaat is dat de pagina’s kon ik dat met I scannen ‘corrigeren’ en hoefde het niet opnieuw.

#wolfieendetoverfluit #kinderboek #childrensbook #prentenboek #picturebook #picturebookillustration #Mozart #pws #profielwerkstuk #kamerorkest #optreden #aquarel #pentekening #pendrawing 

Wolfie en de toverfluit: Voor de grote festivalhal

Wolfie en de Toverfluit 2: Voor de Grote festivalhal

Dit zijn Wolfie en zijn vader. Ze staan voor de Grote Festivalhal in Salzburg. Ik wist niet hoe dat gebouw eruit zag, dus zocht ik het op (foto 2 onder – hoera voor internet!)

Ik vond het  aan de buitenkant eigenlijk nogal suf. Ik had iets meer krullerig en zwierig verwacht (voor mij is Mozart = barok XL). Ik heb nog naar een alternatief gezocht en vond het Mozarteum (foto 2 boven) maar mijn achternichtje hield aan de locatie vast.

Gelukkig houd ik ook van rechte lijnen. Dus plaatste ik Wolfie en z’n vader voor de trap van de entree. In eerste instantie gebruik ik een lineaal, maar omdat ‘clean recht’ niet bij mij past, trek ik die lijnen daarna handmatig over. Het was even zoeken maar ik ben heel tevreden over hoe de illustratie er uiteindelijk uitziet, helemaal met het warme geel van de muur, en het sepia grijs van de ramen.

#wolfieendetoverfluit #kinderboek #childrensbook #prentenboek #picturebook #picturebookillustration #Mozart #pws #profielwerkstuk  #grossesfestspielhaus #aquarel #pentekening #pendrawing 

Wolfie en de toverfluit

Draadje over Wolfie en de toverfluit 1: Wolfie

Eind januari vroeg mijn achternichtje mij of ik mee wilde werken aan haar prentenboek. Bij de vraag stuurde ze het verhaal en de illustratie-instructies mee en ik was direct enthousiast en vond de naam Wolfie geweldig. 

Ik had ook direct een beeld hoe deze Wolfie er uit moest zien : een schattig, ‘realistisch’ wolfje, met een rood jasje als link naar Mozart. Ik twijfelde of ik hem ook  een pruikje zou geven (daar kan je ook leuke dingen mee: scheefzitten, afglijden, verliezen en het staartje met het strikje zou extra expressie kunnen geven).

Maar in mijn schetsen werkte het niet. Dus de pruik werd een krul op z’n voorhoofd. 

Verder gaf ik hem een mooie krulstaart net (zoals mijn Smoke ✨🤍✨), geen broek (want een kind) en grote voeten (sommige  jonge hondjes hebben dat ook even, dat geeft ze iets ontzettend schattigs).

Ik appte de schets en mijn achternichtje was spontaan verliefd.

Living as a Stroke Survivour for Dummies : Hulphond

Hulphond

Op dit moment ben ik, drie maand nadat we Smokey hebben laten inslapen, op zoek naar een nieuwe hond. Leven zonder kan en wil ik me inmiddels niet voorstellen. Eigenlijk vind ik dat alle mensen die met nah of een andere beperking leven een hond zouden moeten (kunnen) nemen Niet zozeer als hulphond, dat was Smokey ook niet, want officieel kom ik daar (gelukkig) niet voor in aanmerking. Officieus daarentegen…

Mijn eerste hond nam ik na mijn beroerte. Niet direct, daar ging een klein aanloopje aan vooraf. Na mijn infarct hamerde mijn ergotherapeut er voortdurend op hoe ontzettend gezond wandelen is voor mensen in mijn situatie: het ontspant, verbetert de nachtrust en de conditie, het is goed voor spieren, botten, hart èn bloedvaten en het heeft een positief effect op het geheugen en het humeur. Mijn sessies met haar voelden soms als een zich herhalende SIRE-reclamespot. Maar de boodschap was duidelijk: ik moest gaan wandelen!

En daarmee doelde mijn ergo niet op het voortbewegen dat bergschoenen vereist, de betekenis die ik als jong-tot-voor-kort-gezond-mens onder ‘wandelen’ verstond lopen waarbij je minstens een dagdeel mee kwijt bent, de categorie die tegen ‘hiken’ aanschurkt. Nee, mijn ergo’s ‘wandelen’ waren ‘ommetjes’, gewoon door de buurt. Ergens anders mocht ook, maar vanuit huis, was het meest praktisch (als ik mijn bergschoenen daar graag bij aantrok dan, mocht dat, daar was ze heel inschikkelijk in.) Dat soort wandelen vond ik hopeloos suf. Dat telde ik niet eens mee. Blokjes om waren voor bejaarden, zo vond Ik was even mijn nieuwe energiestatus van superbejaarde vergeten.

Maar omdat ik tot niets anders in staat was liep ik in die periode heel wat ‘blokjes om’. Maar naarmate de uitdaging daarvanaf ging (vlak na mijn beroerte was het namelijk lage tijd best spannend òf ik zo’n blokje überhaupt vol kon houden) begon ik wandelen in m’n eentje saai te vinden. 

Toevalligerwijs wilde het dochtertje van mijn vriend op dat moment ook heel graag een hond. En zo kwam Nora – de meest geweldige herder-husky combinatie die je kan verzinnen – in ons leven. En dat had op mij meer effect dan het opfleuren van mijn wandelingetjes (wat trouwens absoluut gebeurde, ik keek minstens zo naar uit als de hond!): het vier keer moeten wandelen gaf structuur aan mijn dag, de verzorging werd een zinvol doel, Noors constante aanwezigheid (ze ging overal mee naartoe) hielp tegen de eenzaamheid en haar lieve, positieve en blije aanwezigheid kleurde iedere dag. Toen ze na vier jaar onverwachts overleed aan kanker was ik compleet van slag. Het duurde maanden voor ik haar dood verwerkt had. Maar, na een paar weken, terwijl het rouwen nog voorbij was, wist ik een ding zeker: ik wilde een nieuwe hond! En zo kwam, na een half jaar, Smokey in mijn leven. En het wonder dat hond heet voltrok zich opnieuw. En nu hoop ik op een derde wondertje🙏

Smokey

Living as a Stroke Survivour For Dummies ~ 4 februari 2022: Olifanten in mijn hoofd

Olifanten in mijn hoofd: of hoe een ding een DING wordt

Sinds mijn beroerte ben ik gevoeliger voor spanning (ook de leuke) en niet alleen dat, spanning is slecht voor de mijn energie en dus ook voor mijn gezondheid.

Voor de beroerte was ik een behoorlijk stresskipje, dat zich met van alles bezighield, overal een mening over had, zich graag opwond en ook nog eens regelmatig hypochonderde. Door mijn verminderde energie veranderde (lees ‘versufte’) mijn leefstijl – ik werk alleen en vanuit huis, zie weinig mensen en ga weinig uit – waardoor ik automatisch minder vaak in ‘spannende’ situaties terechtkom. Die brand van spanning was dus getackeld. Vervolgens werd het zaak dat ik afleerde me druk te maken over dingen.

Zo lang mijn energie stabiel is, ben ik daar best goed in geworden: dan heb ik een nuchtere kijk op dingen, kan ik goed relativeren en afstand nemen als dat moet, ik kan mijn mening uiten zonder gelijk te hoeven krijgen. Ik ga ervanuit dat de meeste mensen het meestal goed bedoelen. Ik heb geleerd minder te willen en heb mijn lat voor ‘succes’ behoorlijk lager gelegd. Ook heb ik geaccepteerd dat ik de wereld niet ga redden (ik ga nu anderen overtuigen dat te doen 😉). Deze houding zorgt ervoor dat ik een ding niet groter maak dan het is.

Maar wanneer mijn energie gaat wiebelen, wordt dat aanzienlijk moeilijker. Er zet zich dan een soort vicieuze cirkel in werking: mijn emoties krijgen steeds meer de overhand. Ik weet dat dat gebeurt en probeer die er weer verstandelijk onder controle te krijgen. Soms lukt dat maar meestal niet, dan overrulen mijn emoties mijn verstand, waardoor ik er nog minder grip op krijg en ondertussen voel ik de stress toenemen. Ik word een stuurloos bootje, heen en weer geslingerd door golven die steeds sterker worden.

In zo’n situatie kan het kleinste dingetje een DING worden dat voortdurend in mijn achterhoofd speelt, of DINGEN, want van kleine dingetjes zijn er meestal meer. Anders gezegd, al mijn muggen transformeren in olifanten en mijn weg staat zo vol met beren dat ik hem niet eens meer zie! Vaak blijven de dingetjes op de achtergrond. Dat klinkt onschuldiger dan het is. Want nog los van het feit dat een dergelijk dierentuin in je hoofd verre van ontspannend is, bemoeilijkt het het vinden van een mogelijke ‘oplossing’; één duidelijk DING is veel zichtbaarder dan een vage kudde, verborgen ver weg.

Oplossingen zijn er trouwens niet echt. De kunst is het niet zover te laten komen door een eenvoudig en overzichtelijk leven te leiden geregeerd door Rust, Ritme en Regelmaat (en tegenwoordig doe ik het daar eigenlijk gelukkig weer heel goed op). Wat de schade beperkt is DINGEN waar ik iets aan kan doen ter plekke afhandelen. Ik ga dan soms op zo’n ‘crisimoment’ juist een‘moeilijke’ afspraak bellen, die ik al weken voor me uitschuif. Ik benoem dan mijn situatie, en vind het niet erg hoe dat wat ik zeg eruit kom. Ik zie dat zelfs een beetje als verzekering voor als er achteraf ‘rare dingen’ gebeuren, of als blijkt dat ik naderhand toch iets anders wil (gebeurt overigens nooit). De gedachte dat ik mijn ietwat verminderde toerekeningsvatbaarheid op tafel zou kunnen gooien, heeft ironisch genoeg iets geruststellends. Ik kies overigens wel nadrukkelijk bij welke afspraken dit wel of niet kan; onschuldige professionals als tand- en huisartsen, loodgieters of ander praktisch reparerende lieden wel, maar instanties als het UWV en de belastingdienst absoluut niet! DINGEN waar ik niets aan kan doen probeer ik los te laten of te parkeren. Kleine fysieke ‘trucjes’ (bijvoorbeeld, je pink op de bovenkant van je heup houden en je duim op de onderkant van je onderste rib – door dit te doen voel ik m sterker en word ik rustig) ademhalingsoefeningen en zorgen ook voor verlichting.

Wanneer ik ga huilen ben ik over de spanning heen ben. Ik voel dan letterlijk de golven kalmer worden. Daarna ben ik overprikkeld en moe. Dus geef ik toe aan mijn verlangen naar rust, zo lang als nodig. De volgende dag (en soms dagen) dicteren de drie R’s mijn bestaan nadrukkelijker dan daarvoor. Net zo lang tot ik weer ‘op niveau ben’. Zodra een volgende ‘crisis’ zich aandient herhaalt zich het bovenstaande. Gelukkig zitten er tegenwoordig heel veel goede dagen tussen de slechte. 

Voorbeelden van dingen en dingetjes die actueel waren toen ik dit tekstje schreef: (afspraak maken voor) uitstrijkje (afgehandeld, geen idee hoe de assistente dit gesprek heeft ervaren)  – eventueel een nieuwe hond nemen +de dingen die ik daarvoor moet regelen (soort-van geprakeerd) – nieuws van een kennis wier brein plotseling verontrustend afwijkend functioneert,,hoewel ik me er niet bewust mee bezig houd, ontregelt breinschadeberichten van anderen me altijd (inmiddels – dag nadien – losgelaten) – (en altijd wanneer ik uit balans ben) mijn deadlines voor werk (losgelaten, is vrijwel nooit een probleem). Ik heb geen oefeningen ter verlichting gedaan, niet aan gedacht.