Living as a Stroke Survivour For Dummies ~ 4 februari 2022: Olifanten in mijn hoofd

Olifanten in mijn hoofd: of hoe een ding een DING wordt

Sinds mijn beroerte ben ik gevoeliger voor spanning (ook de leuke) en niet alleen dat, spanning is slecht voor de mijn energie en dus ook voor mijn gezondheid.

Voor de beroerte was ik een behoorlijk stresskipje, dat zich met van alles bezighield, overal een mening over had, zich graag opwond en ook nog eens regelmatig hypochonderde. Door mijn verminderde energie veranderde (lees ‘versufte’) mijn leefstijl – ik werk alleen en vanuit huis, zie weinig mensen en ga weinig uit – waardoor ik automatisch minder vaak in ‘spannende’ situaties terechtkom. Die brand van spanning was dus getackeld. Vervolgens werd het zaak dat ik afleerde me druk te maken over dingen.

Zo lang mijn energie stabiel is, ben ik daar best goed in geworden: dan heb ik een nuchtere kijk op dingen, kan ik goed relativeren en afstand nemen als dat moet, ik kan mijn mening uiten zonder gelijk te hoeven krijgen. Ik ga ervanuit dat de meeste mensen het meestal goed bedoelen. Ik heb geleerd minder te willen en heb mijn lat voor ‘succes’ behoorlijk lager gelegd. Ook heb ik geaccepteerd dat ik de wereld niet ga redden (ik ga nu anderen overtuigen dat te doen 😉). Deze houding zorgt ervoor dat ik een ding niet groter maak dan het is.

Maar wanneer mijn energie gaat wiebelen, wordt dat aanzienlijk moeilijker. Er zet zich dan een soort vicieuze cirkel in werking: mijn emoties krijgen steeds meer de overhand. Ik weet dat dat gebeurt en probeer die er weer verstandelijk onder controle te krijgen. Soms lukt dat maar meestal niet, dan overrulen mijn emoties mijn verstand, waardoor ik er nog minder grip op krijg en ondertussen voel ik de stress toenemen. Ik word een stuurloos bootje, heen en weer geslingerd door golven die steeds sterker worden.

In zo’n situatie kan het kleinste dingetje een DING worden dat voortdurend in mijn achterhoofd speelt, of DINGEN, want van kleine dingetjes zijn er meestal meer. Anders gezegd, al mijn muggen transformeren in olifanten en mijn weg staat zo vol met beren dat ik hem niet eens meer zie! Vaak blijven de dingetjes op de achtergrond. Dat klinkt onschuldiger dan het is. Want nog los van het feit dat een dergelijk dierentuin in je hoofd verre van ontspannend is, bemoeilijkt het het vinden van een mogelijke ‘oplossing’; één duidelijk DING is veel zichtbaarder dan een vage kudde, verborgen ver weg.

Oplossingen zijn er trouwens niet echt. De kunst is het niet zover te laten komen door een eenvoudig en overzichtelijk leven te leiden geregeerd door Rust, Ritme en Regelmaat (en tegenwoordig doe ik het daar eigenlijk gelukkig weer heel goed op). Wat de schade beperkt is DINGEN waar ik iets aan kan doen ter plekke afhandelen. Ik ga dan soms op zo’n ‘crisimoment’ juist een‘moeilijke’ afspraak bellen, die ik al weken voor me uitschuif. Ik benoem dan mijn situatie, en vind het niet erg hoe dat wat ik zeg eruit kom. Ik zie dat zelfs een beetje als verzekering voor als er achteraf ‘rare dingen’ gebeuren, of als blijkt dat ik naderhand toch iets anders wil (gebeurt overigens nooit). De gedachte dat ik mijn ietwat verminderde toerekeningsvatbaarheid op tafel zou kunnen gooien, heeft ironisch genoeg iets geruststellends. Ik kies overigens wel nadrukkelijk bij welke afspraken dit wel of niet kan; onschuldige professionals als tand- en huisartsen, loodgieters of ander praktisch reparerende lieden wel, maar instanties als het UWV en de belastingdienst absoluut niet! DINGEN waar ik niets aan kan doen probeer ik los te laten of te parkeren. Kleine fysieke ‘trucjes’ (bijvoorbeeld, je pink op de bovenkant van je heup houden en je duim op de onderkant van je onderste rib – door dit te doen voel ik m sterker en word ik rustig) ademhalingsoefeningen en zorgen ook voor verlichting.

Wanneer ik ga huilen ben ik over de spanning heen ben. Ik voel dan letterlijk de golven kalmer worden. Daarna ben ik overprikkeld en moe. Dus geef ik toe aan mijn verlangen naar rust, zo lang als nodig. De volgende dag (en soms dagen) dicteren de drie R’s mijn bestaan nadrukkelijker dan daarvoor. Net zo lang tot ik weer ‘op niveau ben’. Zodra een volgende ‘crisis’ zich aandient herhaalt zich het bovenstaande. Gelukkig zitten er tegenwoordig heel veel goede dagen tussen de slechte. 

Voorbeelden van dingen en dingetjes die actueel waren toen ik dit tekstje schreef: (afspraak maken voor) uitstrijkje (afgehandeld, geen idee hoe de assistente dit gesprek heeft ervaren)  – eventueel een nieuwe hond nemen +de dingen die ik daarvoor moet regelen (soort-van geprakeerd) – nieuws van een kennis wier brein plotseling verontrustend afwijkend functioneert,,hoewel ik me er niet bewust mee bezig houd, ontregelt breinschadeberichten van anderen me altijd (inmiddels – dag nadien – losgelaten) – (en altijd wanneer ik uit balans ben) mijn deadlines voor werk (losgelaten, is vrijwel nooit een probleem). Ik heb geen oefeningen ter verlichting gedaan, niet aan gedacht.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.