Mary’s heroes 1

Vanaf maart ging het niet goed met mij: eerst kwam Corona (stress), toen kreeg ik griep (en nog meer stress) en daarna bleef het, zonder duidelijke oorzaak, klungelen met mijn energie. Het lukte me maar net – vaak met de nodige kunst en vliegwerk – om mijn dagelijkse routine af te werken. Soms zat er een betere dag tussen, soms twee, maar vervolgens was het weer hangen en wurgen. Dat duurde dagen, weken en uiteindelijk maanden. 

Nu ben ik weinig en ‘wiebele’ energie wel gewend, maar dit keer trok het een wissel op mijn gemoed. Ik voelde me zwak, nietig en nutteloos. Ellendige grote vragen, drongen zich aan mij op: Wat heb ik de wereld te bieden? Wie heeft wat aan mij? Wat voor vriendin / dochter / zus / werknemer / baasje ben ik eigenlijk? Wat voeg ik überhaupt toe? 

En wat is het nut van een leven van wachten tot het beter gaat?

Al die vragen maakten me verdrietig en een beetje wanhopig. Ik voelde dat ik op zoek moest naar iets dat houvast bood, iets dat richting gaf: een plan, een motto, een idee. Dat ‘iets’ kon overigens ook een persoon zijn: een voorbeeld, een therapeut…wat dan ook…Maar voorlopig lag ik verfrommeld in bed schetsjes in oude Moleskines te bekijken (voor tekenen had ik te weinig energie). 

In het schetsboekje waarin ik doodelde als beginnend docent vielen twee tekeningetjes op: Miss Mary, mijn alter-ego van destijds, een – je verwacht het niet – coole juf Engels en haar superheldversie, Scary Miss Mary. Ik vermoed dat ik die laatste in het leven riep omdat ik inmiddels voldoende leservaring had om te weten dat lesgeven geen beroep is voor gewone stervelingen, maar een roeping die super powers vereist. Scary Miss Mary’s super power was dan ook het geven van lessen die íedereen fantastisch vond.

Er zat iets aandoenlijks en tegelijkertijd iets hoopgevends in de herinnering aan dat kersverse docentje, dat daar met onontwikkelde docentvaardigheden stond te overleven voor de klas, en haar getekende stripheld met als superkracht ‘geweldig lesgeven’. 

Geen van mijn Mary’s haalde het tot in mijn lessen, beiden bleven schetsjes in een schriftje (voor andere dingen dan lesgerelateerde zaken heeft een beetje beginnend docent namelijk helemaal geen tijd), maar na het zien van deze figuurtjes wist ik; ik moet op zoek naar een held.